(bron Brabantsdagblad: 07 februari 2003 door Kees klijn)

'Knoestenvreters, geen puddingrijders'

Vrijdag 7 februari 2003 - In 1953 werd de ijsvereniging Haarsteeg opgericht. De latere 'schaatstrainingsclub Willy van den Berk' bracht veel talent voort.
Jan Ketels (rechts) en Henk Falier bij de ijsbaan in Haarsteeg.
(Foto Ad van Hasselt)

Haarsteeg rond 1950, koning Winter regeert streng. De liefhebbers halen hun schaatsen tevoorschijn om op de ondergelopen weilanden het ijs onder het ijzer te kunnen voelen. "Toen waren het allemaal rondrijders en draaiers", weet Jan Ketels (69) nog goed.
"Hardrijden was er eigenlijk niet bij." Maar dat veranderde rap, zeker met de komst van de noren. "Voor negentien gulden had ik er een paar. Dat was in die tijd goud geld", zegt de Haarstegenaar, die het schaatsen had geleerd op een paar oude friezen.
Jan van Bommel, Willy van den Berk en Jan Ketels trokken de aandacht met hun nieuwerwetse schaatsen. Ze reden snel. Snelheid sprak de toenmalige jeugd ook al aan. Het gedraai en gezwier werd naar de achtergrond verdrongen; hardrijden kreeg de voorkeur.
Alras groeide deze groep en in 1953 kwam er meer in structuur in de schaatsport door de oprichting van ijsvereniging Haarsteeg. Acht jaar later werd een meer prozaïsche naam gekozen, die van wereldkampioen Jaap Eden. In die tijd besloten de cracks van de club - Ketels, Van den Berk en Nico Slegers - om een trainingsgroep in het leven te roepen. Ketels: "Speciaal voor de hardrijders. Die gingen ook in de zomer trainen."De schaatstrainingsclub scheidde zich uiteindelijk af van de ijsclub en nam in 1991 de naam Willy van den Berk aan, die enkele jaren daarvoor was verongelukt.

Veel trainen in de aanloop naar het schaatsseizoen; presteren in de winter. Dat was de bedoeling. Maar dan moest het weer wel meezitten. Ketels: "Als het niet vroor hadden we ons voor niks de pleuris getraind. Want kunstijsbanen waren er maar amper. Dus gingen we het wielrennen ernaast doen. Dan was je wel verzekerd van wedstrijden."
Schaatstrainingsclub Willy van den Berk heeft een aantal goede schaatsers voortgebracht. Wim van Heijst drong door tot de kernploeg; Arnold Stam en Patrick Snijders draaien tegenwoordig hun rondjes mee bij het marathonschaatsen. "Wat het is weet ik niet, maar in deze omgeving zit genoeg talent. Het zijn mannen die doorbijten, een sterke mentaliteit hebben. Knoestenvreters zijn het, geen puddingrijders."

Tegenwoordig is het geen probleem om met de ijzers eronder te trainen. Daartoe worden de ijsbanen in Den Bosch en Eindhoven bezocht. Als trainer is Henk van Falier (60) er regelmatig bij."Of het een talent was, zag ik dikwijls al als ze voor de eerste keer op de schaatsen stonden", is de mening van Van Falier, die tweemaal de Elfstedentocht heeft gereden.
Van Falier, die momenteel een groep van veertig volwassenen de schaatstechniek bijschaaft, is een echte clubtrainer. "Het is eigenlijk ondankbaar werk. Als er een talent tussen zit, dan ben je die kwijt aan het gewest. Aan de andere kant moet je dat maar accepteren en dus haal ik er mijn voldoening uit om ze zover te brengen.Het ligt ook aan de sporter, die moet niet alleen het talent hebben, maar ook de wil en de mentaliteit om zoveel mogelijk uit de schaatssport te halen."

 


<terug naar nieuwspagina>