| (bron Brabantsdagblad: 26 november
2004
door Kees Klijn)
Shorttrack
is nog geen bloeiende tak van schaatssport
Vrijdag 26 november 2004 -
Haarsteeg - „Ik vind het heel spectaculair, je hangt helemaal plat in
de bocht met je hand aan het ijs. Zo voorkom je dat er eentje binnendoor
schiet. Het is veel spannender dan langebaanschaatsen, want je bent met
zijn vieren op het ijs, dicht bij elkaar.“Het is duidelijk: Richard Treuren
(13) vindt shorttrack een prachtsport. Nu doet hij het schaatsen op de
lange baan er nog bij, maar volgend jaar richt hij zich alleen nog maar
op het venijnige bochtenwerk bij Shorttrack Den Bosch.
André
Treuren
De Haarsteegse schaatser is een van de weinigen die deze stap zet. De
andere kant op – het shorttracken in de steek laten en zich richten op
500, 1000 of 1500 meter – gebeurt veel meer. Eigenlijk te veel, vindt
zijn vader André, die de pr van de club verzorgt. „Vorig jaar hadden
we 25 leden, nu nog twintig. Dat is geen goede ontwikkeling.“
Schaatsen op de lange baan heeft juist in Nederland een prachtig imago.
Vele wereldkampioenen, vele medailles gehaald op de Olympische Spelen.
Maar het shorttracken kan op zulke successen helemaal niet bogen. Het is
in ons land het stiefkind van de schaatssport. Zo werden vorig jaar
wedstrijden op de meest onmogelijke tijdstippen gehouden. Zoals op
zondagmorgen om acht uur schaatsen in Den Haag. „Dat was geen doen
natuurlijk“, zegt André. „Onze jongste, Martijn, had helemaal geen
zin om al om vijf uur op te staan. Die is toen ook niet meegegaan.“
Landelijk kwam daar veel commentaar op. Dit seizoen zijn er betere
tijden bedongen.
Opvallend is dat kinderen, die aan shorttrack hebben gedaan, op de
kleine baan bijzonder goed presteren. Ze pikken op wedstrijden de
medailles binnen, want hebben het voordeel van een uitstekende
bochtentechniek, de basis van elke shorttracker. Richard is daarvan het
beste bewijs, hij won wat er viel te winnen. „Het is dan ook een prima
opstap. Maar dat wordt veel te weinig opgepikt door de trainers. Ik merk
dat bij mijn eigen vereniging, Willy van de Berk. Die levert ongeveer
vijftien shorttrackers. Daar zijn de trainers van de lange baan weer
niet echt gelukkig mee, die vinden dat te veel. Want hun groep wordt dan
kleiner.“ Behalve de Haarsteegse schaats- en trainingsclub leveren ook
De IJsvrienden uit Wijk en Aalburg, Thialf Schijndel en de Vughtse
IJsclub mondjesmaat jonge kamikazepiloten voor het korte, snelle werk.
Op zondagavond trainen ze ruim een uur in het Sportiom in Den Bosch,
verzorgd door Bert van Andel en Louisa van Veldhoven en Toon Vervoort.
„De ouders zitten dan op de tribune. Die vinden het geweldig. Het is
spectaculair, de schaatsers zijn hartstikke enthousiast. Maar
tegelijkertijd hoor je dan, dat sommige kinderen het jaar daarop zullen
overstappen naar de langebaan. Dat vind ik heel jammer. Bovendien kun je
met shorttracken in een korte tijd aan de top raken.“ Maar een topper
in die schaatstak leeft in Nederland van een uitkering van het NOC*NSF.
Dat is geen vetpot, vergeleken met de status van de Ritsma’s en de
Rommes.
De KNSB steekt veel geld in het shorttracken. Kinderen kunnen een helm
krijgen, gratis. Schaatsen hoeven niet te worden gekocht, maar worden
gehuurd. Allemaal om de drempel zo laag mogelijk te houden.“
<terug naar
nieuwspagina>
|