(bron Brabantsdagblad: 24 januari 2005 (door Marry Bouman)

Fans zwaaien Arnold Stam nu alvast uit

Maandag 24 januari 2005 - Arnold Stam schaatste zaterdagavond voor het laatst een marathon in Brabant.
Arnold Stam

Eindhoven
„Ik hoop dat ik in het peloton mee kan komen en de wedstrijd uitrijd“, zei hij terwijl hij monter het ijs opstapte. De laatste weken ging het immers niet zo lekker meer met de crack uit Sprang-Capelle.
Het werd helaas voor Stam een afscheid ’in stijl’. Want ook in Eindhoven ging het mis. Na een rondje of tien ramde de nestor een pion en daar lag hij weer te kijken. Hij probeerde nog terug te komen, maar dat mislukte. Want in tegenstelling tot wat er tijdens het NK gebeurde, wachtte het peloton deze keer niet op de verloren zoon. Tot overmaat van ramp kwam er ook nog kramp bij en zodoende haalde ’Stammie’ nog niet eens eenderde van de wedstrijd. „Het is een klotenavond op klotenijs“, stapte Stam ontredderd onder de douche. Hij wist toen nog niet wat zijn supporters voor hem in petto hadden. Onder coördinatie van Ammerzodenaar Mario Donker volgde na afloop van de wedstrijd een geheim gehouden ’afscheid’ van Brabant. Het klotengevoel maakte bij Stam dan ook snel plaats voor een brede smile.
In het restaurant van de Eindhovense ijsbaan werd Stam toegezongen door de andere Brabantse marathoncracks aangevuld met Hulzebosch, Kleine en Ruitenberg.
„Dit eerbetoon had ik nog niet verwacht. Ik dacht ze zullen wel iets doen op 12 maart wanneer ik echt afscheid neem.“
Zodoende was Arnold Stam na de veertiende schaatsmarathon voor de KNSB Cup (gewonnen door Heideman gisteren in Geleen won Lissenberg) toch nog het middelpunt.

Anekdotes

Frans Overdevest die Stam zes jaar als ploegleider onder zijn hoede had bij de Klerks-ploeg voerde het woord namens alle marathonschaatsers en kleedde zijn speech aan met anekdotes van Stam. „Arnold kwam eens voor de wedstrijd naar me toe. Hij zei: ik ben de hele week ziek geweest. Ik denk dat het niet veel wordt vandaag. Toen zei ik tegen hem: rij dan zuinig en blijf een beetje bij je concurrenten. Nou het startschot viel en Stam demarreerde gelijk. Zestig ronden reed hij voorop. Toen was ik hem kwijt. Ineens stond hij naast me. Frans, zei hij, het ging echt niet met me.“


<terug naar nieuwspagina>