‘Belang van een goede ronding vaak onderschat’ Materiaalman Frans van Stiphout 
(KNSB) over het fenomeen ‘ronding’
(uit het blad schaats, compilatie)
                 

 <TERUG naar menu>

Een ronding beslaat een deel van een cirkelboog en is nodig om de schaats te kunnen sturen. Door het zwaartepunt van het lichaam zijdelings te verplaatsen kan de bekende uitgerekte s-curve worden gemaakt, waardoor de schaatser in staat is door zijwaarts af te zetten zich naar voren over het ijs te bewegen. Is de ronding in de schaats een willekeurige kromme, of geen deel van een cirkelboog, dan varieert tijdens de glijfase de druk van het ijzer op het ijs, waardoor er meer wrijvingsweerstand ontstaat en de schaats zich amper laat sturen. Bij conventionele schaatsen maakte men wel gebruik van twee rondingen in het glij-ijzer. Bij deze vaste schaatsen werd meer met de achterkant van het ijzer afgezet, waardoor sommige het voorste deel van het ijzer ronder maakten. Bij de klapschaats is en blijft de ronding een deel van een cirkelboog. Met de klapschaats wordt namelijk bij de afzet de voet afgewikkeld, waardoor de schaatser meer gebruik maakt van het blad aan de voorkant van het ijzer.

De juiste ronding
Bij het bepalen van de juiste ronding geldt het volgende uitgangspunt: voor het maken van een goede schaatsbeweging moet de lengte van het aanrakingsoppervlak van het glij-ijzer met het ijs liggen tussen de 3 en 5 centimeter. Met andere woorden: het is het beste als het draagvlak van de schaats op het ijs ongeveer 4 cm is. Dit is het ideale contact tussen ijzer en ijs. Afhankelijk van het lichaamsgewicht en de hardheid van het ijs zakt het ijzer in het ijs weg. Hoe ronder het ijzer, hoe dieper de schaats insnijdt. Bij het bepalen van de juiste ronding geldt het volgende uitgangspunt: voor het maken van een goede schaatsbeweging moet de lengte van het aanrakingsoppervlak van het glij-ijzer met het ijs liggen tussen de 3 en 5 centimeter. Met andere woorden: het is het beste als het draagvlak van de schaats op het ijs ongeveer 4 cm is. Dit is het ideale contact tussen ijzer en ijs. Afhankelijk van het lichaamsgewicht en de hardheid van het ijs zakt het ijzer in het ijs weg. Hoe ronder het ijzer, hoe dieper de schaats insnijdt.

Om de schaatsbeweging te kunnen maken en een goede afzetdruk te kunnen houden, is het bepalen van de juiste ronding cruciaal. Rondingen worden globaal in drie categorieën ingedeeld:

  • Rond (straal kleiner dan 19 meter)
  • Normaal (straal 19 t/m 25 meter)
  • Vlak (straal groter dan 25 meter)

De keuze van een ronding is afhankelijk van de waarde die men toekent aan vaste en variabele factoren. Vaste factoren zijn bijvoorbeeld het lichaamsgewicht, het schaatstechnisch kunnen en de tak van schaatssport die men beoefent. Variabele factoren die van belang zijn de soort ijs waarop men schaatst (natuurijs of kunstijs) en de ijshardheid.

Ronding en lichaamsgewicht
Het lichaamsgewicht is grotendeels bepalend voor de ronding die in het ijzer gezet moet worden. Algemeen kan gesteld worden dat hoe zwaarder een persoon is, hoe groter de ronding zal moeten zijn. Het lichaamsgewicht is grotendeels bepalend voor de ronding die in het ijzer gezet moet worden. Algemeen kan gesteld worden dat hoe zwaarder een persoon is, hoe groter de ronding zal moeten zijn.

De definitieve ronding is echter persoonsgebonden. Om precies te bepalen welke ronding voor welke persoon geschikt is, is het noodzakelijk e.e.a. aan de praktijk te toetsen. Met name een wedstrijdrijder zal dus uit moeten proberen welke ronding het beste bij hem of haar past. Belangrijk is dat bij het uitproberen ook over de grenzen heen gegaan wordt. Een rijder voelt al na een paar rondjes dat de ronding goed is.

Naast het lichaamsgewicht is het schaatstechnisch kunnen en de wijze waarop de schaatssport wordt beoefend van belang bij de bepaling van de ronding. Iemand die van nature een kortere slag heeft, zal een kleinere ronding moeten hebben dan iemand met een langere slag. Iemand die de schaatssport recreatief beoefent of veel op natuurijs schaatst, zal een grotere ronding nemen dan iemand die wedstrijden schaatst. Hoe groter de ronding, hoe stabieler men op het ijs staat!!

Regelmatig laten controleren
‘Meten is weten’ is een gezegde dat bij het controleren van de ronding zeker opgaat!!

Advies voor het plaatsen van een ronding
Als je 1x per week schaatst is het aan te raden 2x per seizoen er een nieuwe ronding in te laten zetten. Als je 2 a 3x per week schaatst in het raadzaam om er 3 a 4x per seizoen een nieuwe ronding in te laten zetten. Daarnaast is het aan te raden dit bij een vakman te laten doen. Als je 1x per week schaatst is het aan te raden 2x per seizoen er een nieuwe ronding in te laten zetten. Als je 2 a 3x per week schaatst in het raadzaam om er 3 a 4x per seizoen een nieuwe ronding in te laten zetten. Daarnaast is het aan te raden dit bij een vakman te laten doen.

Wil je naar aanleiding van dit verhaal een nieuwe ronding in je schaatsen laten zetten of wil je nog meer informatie, dan kun je terecht bij:
Bart van Son,
De Hoeven 29, HAARSTEEG
tel. 073-5113783

<TERUG naar menu>