|
Informatie omtrent schaatstechniek
<TERUG naar menu>
Er zijn nog al wat methodieken bij het
aanleren van de grondbeginselen van de techniek
(factoren waarmee je rekening dient te houden) ik zal proberen er enkele te noemen.
- De schaatszit
- De schaatshouding
- De beenbewegingen
- Het bochten schaatsen
- Het starten
De schaatszithouding:
schaatshouding, we proberen de zit steeds dieper te maken, en waarbij we ook recht op de
schaats dienen te staan en de rug zetten we bol (katten rug) knie voor de tenen uit, knie
boven de voet, schouders afhangen (ontspannen), lichaam boven het linker- en rechterbeen
is 90 graden en tussen bovenbeen en onderbeen zo klein mogelijk:
schaatshouding, we proberen de zit steeds dieper te maken, en waarbij we ook recht op de
schaats dienen te staan en de rug zetten we bol (katten rug) knie voor de tenen uit, knie
boven de voet, schouders afhangen (ontspannen), lichaam boven het linker- en rechterbeen
is 90 graden en tussen bovenbeen en onderbeen zo klein mogelijk
De afzet:
wordt uitgevoerd met de scherpe binnenkant van de schaats de afzet geschied zijwaarts, met
de volle lengte van de schaats, hierbij strekt het gebogen afzetbeen zich geheel uit en
verplaatst het zwaarte punt van het lichaam zich gelijktijdig boven het andere (glijbeen).
Als de afzet meer naar achteren plaatsvindt (b.v. bij te laat inzetten) wordt met de punt
van de schaats afgezet en wipt het lichaam omhoog. Het gestrekte afzetbeen verplaatst zich
vervolgens met gebogen knie zonder een bewegingspauze ontspannen naar voren overgang weer
naar glijfase. Romp en schouders gaan in deze beweging mede en verplaatsen zich bij een
goede schaatsstijl in een horizontaal vlak heen en weer. De armen zijn ontspannen en
elleboog en schouder gebogen en komen in de hoogste stand niet boven de schouders uit. Zij
bewegen zich in voorwaartse richting langs het lichaam, duim omhoog, achter omlaag.:
wordt uitgevoerd met de scherpe binnenkant van de schaats de afzet geschied zijwaarts, met
de volle lengte van de schaats, hierbij strekt het gebogen afzetbeen zich geheel uit en
verplaatst het zwaarte punt van het lichaam zich gelijktijdig boven het andere (glijbeen).
Als de afzet meer naar achteren plaatsvindt (b.v. bij te laat inzetten) wordt met de punt
van de schaats afgezet en wipt het lichaam omhoog. Het gestrekte afzetbeen verplaatst zich
vervolgens met gebogen knie zonder een bewegingspauze ontspannen naar voren overgang weer
naar glijfase. Romp en schouders gaan in deze beweging mede en verplaatsen zich bij een
goede schaatsstijl in een horizontaal vlak heen en weer. De armen zijn ontspannen en
elleboog en schouder gebogen en komen in de hoogste stand niet boven de schouders uit. Zij
bewegen zich in voorwaartse richting langs het lichaam, duim omhoog, achter omlaag.
Het glijden:
dit is wel een moeilijk onderdeel omdat de schaatser zich op een smal ijzer in evenwicht
moet houden (coördinatie). Hiervoor zijn dus evenwichtsgevoel naast de juiste houding en
recht op de schaats staan een essentiële voorwaarde. Een goed uitgevoerde afzet,
bevordert een juiste glijden, als na de afzet het afzetbeen bijgeplaatst wordt blijkt dat
alleen tijdens de overgang beide schaatsen op het ijs staan en gaat tegelijk op dat moment
het lichaamsgewicht op die schaats over, dit zo ook met het bovenlichaam in horizontale
richting. Indien het zwaartepunt van het lichaam niet boven de schaats van het glijbeen
komt maar daarbuiten of tussen beide schaatsen in kunnen de enkels naar buiten of naar
binnen door zwikken , waardoor je sneller vermoeit raakt. Het glijden geschiedt midden op
het horizontale vlak van het schaatsijzer, en het lichaamsgewicht zoveel als het mogelijk
is naar achteren (achteropzitten). De bewegingen afzet-glijden-afzet-glijden enz verlopen
regelmatig en ritmisch. :
dit is wel een moeilijk onderdeel omdat de schaatser zich op een smal ijzer in evenwicht
moet houden (coördinatie). Hiervoor zijn dus evenwichtsgevoel naast de juiste houding en
recht op de schaats staan een essentiële voorwaarde. Een goed uitgevoerde afzet,
bevordert een juiste glijden, als na de afzet het afzetbeen bijgeplaatst wordt blijkt dat
alleen tijdens de overgang beide schaatsen op het ijs staan en gaat tegelijk op dat moment
het lichaamsgewicht op die schaats over, dit zo ook met het bovenlichaam in horizontale
richting. Indien het zwaartepunt van het lichaam niet boven de schaats van het glijbeen
komt maar daarbuiten of tussen beide schaatsen in kunnen de enkels naar buiten of naar
binnen door zwikken , waardoor je sneller vermoeit raakt. Het glijden geschiedt midden op
het horizontale vlak van het schaatsijzer, en het lichaamsgewicht zoveel als het mogelijk
is naar achteren (achteropzitten). De bewegingen afzet-glijden-afzet-glijden enz verlopen
regelmatig en ritmisch.
De coördinatie en houding van arm- en
beenbewegingen. De houding van armen en benen zijn bij het schaatsen mede bepalend voor:
- de balans of evenwicht van het lichaam
- het ritme van de schaatsslag
- de kracht van de afzet
- de snelheid
- de techniek en stijl
De coördinatie van arm- en
beenbeweging is voor het schaatsen dezelfde als bij het lopen, dit houdt in dat bij het
naar voren plaatsen van het linkerbeen, de rechterarm daarna in tegenovergesteld naar
achteren , zo ook in omgekeerde volgorde. Het telgang schaatsen moet zo snel mogelijk
afgeleerd worden. Het zwaaien van de armen geschiedt los vanuit de schouders, langs het
lichaam en in de rijrichting en opzwaaien tot niet hoger dan schouderhoogte.
Bocht schaatsen:
Op een normale schaatsbaan komt men tweemaal een bocht tegen. Vandaar ook dat er andere
bewegingen nodig zijn om een bocht goed door te komen, zoals afzet en lichaamshouding. Bij
het schaatsen door een bocht verschilt de afzet met het linkerbeen principeel van die met
het rechterbeen. De afzet met het rechterbeen geschiedt met de binnenkant van het gehele
schaatsijzer zoals bij het normale recht vooruit rijden. Tegelijk met de afzet is het
lichaamsgewicht op het linkerbeen overgebracht. Na de afzet beweegt zich het rechterbeen
met gebogen knie ontspannen langs het linker glijbeen naar voren. Daarna zet zich het
linkerbeen achter het lichaam door en wordt met de buitenkant van het schaatsijzer
zijwaarts van de bocht af naar buiten afgezet. Deze afzet geschiedt met gestrekt been en
het volle schaatsijzer, het afzetten met de punt moet vermeden worden . druk het
schaatsijzer bij de afzet zolang mogelijk op het ijs. Tegelijk met de afzet is het
lichaamsgewicht op het rechterbeen overgegaan. Na de afzet komt het schaatsijzer over de
volle lengte ineens op het ijs, het afzetbeen wordt licht in de knie gebogen langs het
rechterglijbeen gebracht en het gewicht volledig op het glijbeen. :
Op een normale schaatsbaan komt men tweemaal een bocht tegen. Vandaar ook dat er andere
bewegingen nodig zijn om een bocht goed door te komen, zoals afzet en lichaamshouding. Bij
het schaatsen door een bocht verschilt de afzet met het linkerbeen principeel van die met
het rechterbeen. De afzet met het rechterbeen geschiedt met de binnenkant van het gehele
schaatsijzer zoals bij het normale recht vooruit rijden. Tegelijk met de afzet is het
lichaamsgewicht op het linkerbeen overgebracht. Na de afzet beweegt zich het rechterbeen
met gebogen knie ontspannen langs het linker glijbeen naar voren. Daarna zet zich het
linkerbeen achter het lichaam door en wordt met de buitenkant van het schaatsijzer
zijwaarts van de bocht af naar buiten afgezet. Deze afzet geschiedt met gestrekt been en
het volle schaatsijzer, het afzetten met de punt moet vermeden worden . druk het
schaatsijzer bij de afzet zolang mogelijk op het ijs. Tegelijk met de afzet is het
lichaamsgewicht op het rechterbeen overgegaan. Na de afzet komt het schaatsijzer over de
volle lengte ineens op het ijs, het afzetbeen wordt licht in de knie gebogen langs het
rechterglijbeen gebracht en het gewicht volledig op het glijbeen.
Lichaamshouding:
Bij het recht vooruit schaatsen gaan romp en schouder in horizontale richting in de
breedte van de slag van links naar rechts enz.. bij het schaatsen door een bocht wordt de
ene schaats in een spoor parallel aan de richting van de bocht voor de andere schaats
geplaatst. Het lichaam als het ware om de lengte-as van de romp in dit spoor mede. Het
hoofd kijkt schuin naar voren in de richting van de bocht.:
Bij het recht vooruit schaatsen gaan romp en schouder in horizontale richting in de
breedte van de slag van links naar rechts enz.. bij het schaatsen door een bocht wordt de
ene schaats in een spoor parallel aan de richting van de bocht voor de andere schaats
geplaatst. Het lichaam als het ware om de lengte-as van de romp in dit spoor mede. Het
hoofd kijkt schuin naar voren in de richting van de bocht.
<TERUG naar menu>
|